Blog/10 min read
30 gespreksonderwerpen: praktische vragen met het gesprekskompas
Pas het gesprekskompas toe op 30 dagelijkse onderwerpen. Vind passende vervolgvragen, deel zelf iets en houd een gesprek gaande.

Je collega vertelt dat ze een weekend aan zee heeft doorgebracht. Je vraagt of het leuk was. ‘Ja, heerlijk’, zegt ze. Daarna weet je even niet wat je kunt zeggen.
Misschien ben je ondertussen al op zoek naar een heel nieuw onderwerp. Terwijl je ook kunt blijven bij wat ze net vertelde: hoe ze op het idee kwam, waar ze graag wandelt of welk moment haar is bijgebleven.
Het gesprekskompas helpt je om zo'n vervolg te vinden. Hieronder passen we het toe op dertig onderwerpen die regelmatig voorbijkomen, van het weekend en koken tot werk en vakantie. Bij ieder onderwerp staan vier voorbeeldvragen. Gebruik ze als inspiratie en pas ze aan aan wat iemand werkelijk zegt.
Hoe werkt het gesprekskompas?
De vier richtingen geven je ieder een andere manier om verder te praten:
- Noord: vooruit. Je vraagt naar wat er nog komt, zoals een plan of iets waar iemand naar uitkijkt.
- Zuid: terug. Je vraagt hoe iets begon of wat eraan voorafging.
- Oost: opzij. Je gaat naar een verwant onderwerp. Van een wandeling naar een fijne plek voor koffie, bijvoorbeeld.
- West: inzoomen. Je kiest één klein moment of detail uit wat iemand vertelde.
Je kiest één richting die past bij het antwoord. De ander hoeft niet te merken dat je een hulpmiddel gebruikt.
Het kompas komt ook aan bod in module 4 van Praten met mensen, bij het doorvragen en het gaande houden van een gesprek.
Kies een richting voor je volgende vraag. Bepaal daarnaast hoe persoonlijk je die maakt.
Kies een richting, geen vragenlijst
Vier voorbeeldvragen per onderwerp betekenen niet dat je ze alle vier achter elkaar moet stellen. Als iemand enthousiast over een gerecht vertelt, blijf dan gerust daarbij. Een kleine reactie van jezelf helpt ook: ‘Dat heb ik nog nooit gemaakt. Ik kom meestal niet verder dan pasta.’
Let op wat de ander je aanbiedt. Een concreet detail is vaak een prettig aanknopingspunt. Bij een kort antwoord kun je zelf iets vertellen, een ander onderwerp kiezen of even stil zijn.
Tien dagelijkse gespreksonderwerpen
| Onderwerp | Noord: vooruit | Zuid: terug | Oost: opzij | West: inzoomen |
|---|---|---|---|---|
| 1. Het weekend | Heb je voor volgend weekend al iets gepland? | Hoe kwamen jullie op het idee om dat te doen? | Met wie ga je meestal op pad? | Wat was het leukste moment van die middag? |
| 2. Vakantie | Waar zou je nog eens naartoe willen? | Hoe hebben jullie die bestemming gekozen? | Probeer je op vakantie graag het plaatselijke eten? | Je zei dat jullie verdwaalden. Waar kwamen jullie uiteindelijk terecht? |
| 3. Het weer | Ga je met dit mooie weer nog naar buiten? | Heb je gisteren ook die enorme bui meegemaakt? | Heb je een fijne plek in de buurt om buiten te zitten? | Je zei dat je doorweekt aankwam. Moest je toen nog de hele dag werken? |
| 4. De buurt | Komt er hier nog iets nieuws waar je naar uitkijkt? | Hoe ben je in deze buurt terechtgekomen? | Waar haal je hier goede koffie? | Je noemde die markt. Bij welk kraampje kom je graag? |
| 5. Wonen en verhuizen | Wat wil je als eerste aanpakken in je nieuwe huis? | Wat maakte dat jullie wilden verhuizen? | Hoe bevalt de nieuwe buurt? | Je zei dat de keuken zo fijn is. Wat vind je er prettig aan? |
| 6. Eten en koken | Wat zou je nog eens willen leren maken? | Van wie heb je dat recept geleerd? | Ga je ook graag uit eten? | Wat doe je erin waardoor het zo lekker wordt? |
| 7. Restaurants en cafés | Welke plek wil je binnenkort proberen? | Hoe heb je dit restaurant ontdekt? | Kook je dit soort gerechten ook thuis? | Welk gerecht zou je hier nog eens bestellen? |
| 8. Films en series | Staat er nog iets op je kijklijst? | Hoe kwam je bij die serie terecht? | Lees je ook graag boeken in dat genre? | Welke scène is je bijgebleven? |
| 9. Boeken | Wat wil je hierna lezen? | Waardoor pakte je juist dit boek op? | Luister je ook naar podcasts over dat onderwerp? | Je zei dat één passage je raakte. Waar ging die over? |
| 10. Muziek | Is er een optreden waar je naartoe wilt? | Wanneer ben je naar die artiest gaan luisteren? | Speel je zelf een instrument? | Welk nummer luister je de laatste tijd vaak? |
Tien onderwerpen over vrije tijd en mensen om je heen
| Onderwerp | Noord: vooruit | Zuid: terug | Oost: opzij | West: inzoomen |
|---|---|---|---|---|
| 11. Sport | Heb je iets waar je voor traint? | Hoe ben je met die sport begonnen? | Doe je dat alleen of bij een vereniging? | Wat ging er bij je laatste training lekker? |
| 12. Wandelen en fietsen | Welke route wil je nog eens doen? | Hoe heb je die route ontdekt? | Stop je onderweg graag ergens voor koffie? | Waar onderweg was het uitzicht het mooist? |
| 13. Hobby’s | Wat zou je als volgende willen maken of proberen? | Hoe ben je ermee begonnen? | Ken je anderen die dat ook doen? | Waar ben je bij je laatste project het meest tevreden over? |
| 14. Huisdieren | Neem je je hond mee op vakantie? | Hoe is hij bij jullie terechtgekomen? | Kom je tijdens het uitlaten vaak dezelfde mensen tegen? | Je zei dat hij eigenwijs is. Wat doet hij dan? |
| 15. Tuinieren en planten | Wat wil je dit seizoen planten? | Had je vroeger ook al iets met tuinieren? | Kook je weleens met wat je zelf kweekt? | Welke plant doet het bij jou verrassend goed? |
| 16. Familie | Zien jullie elkaar binnenkort weer? | Kwamen jullie vroeger ook zo vaak bij elkaar? | Wat doen jullie graag als jullie samen zijn? | Je zei dat het gezellig was. Waar moesten jullie om lachen? |
| 17. Kinderen | Waar kijkt je dochter op dit moment naar uit? | Hoe is ze op die hobby gekomen? | Zijn er leuke plekken waar jullie samen naartoe gaan? | Je zei dat ze trots thuiskwam. Wat was er gebeurd? |
| 18. Vrienden | Hebben jullie al iets afgesproken voor de volgende keer? | Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? | Wat doen jullie meestal samen? | Wat maakte die avond zo gezellig? |
| 19. Feestjes en verjaardagen | Heb je binnenkort zelf iets te vieren? | Hoe ken jij de jarige? | Zie je deze groep ook buiten verjaardagen? | Je zei dat jullie een spel deden. Wat gebeurde er? |
| 20. Een dagje uit | Zou je er nog eens naartoe gaan? | Hoe kwamen jullie op het idee om daarheen te gaan? | Maak je vaker dit soort uitstapjes? | Wat vond je het leukste om daar te zien? |
Een detail in iemands verhaal is vaak al genoeg om op door te vragen.
Bij familie en kinderen volg je wat iemand zelf ter sprake brengt. Vraag bijvoorbeeld naar een dochter als de ander net over haar vertelde. Je hoeft niet te vragen óf iemand kinderen heeft om een gesprek op gang te houden.
Tien onderwerpen over werk, leren en plannen
| Onderwerp | Noord: vooruit | Zuid: terug | Oost: opzij | West: inzoomen |
|---|---|---|---|---|
| 21. Werk | Waar ga je de komende tijd mee aan de slag? | Hoe ben je in dit werk terechtgekomen? | Werk je vooral alleen of veel met anderen? | Je zei dat het een goede werkdag was. Wat ging er goed? |
| 22. Een nieuwe baan | Waar kijk je in je nieuwe baan naar uit? | Wat sprak je aan toen je de vacature zag? | Hoe ziet je reis naar je werk er nu uit? | Wat viel je op tijdens je eerste dag? |
| 23. Een project | Wat is de volgende stap? | Hoe is het project begonnen? | Met welke mensen werk je eraan? | Je noemde een doorbraak. Wat lukte er toen precies? |
| 24. Thuiswerken | Ga je de komende tijd vaker naar kantoor? | Hoe beviel thuiswerken toen je ermee begon? | Wat doe je meestal in je lunchpauze? | Wat maakt jouw werkplek thuis prettig? |
| 25. Studie of een cursus | Wat wil je met het geleerde gaan doen? | Waarom heb je deze opleiding gekozen? | Heb je leuke mensen leren kennen in de groep? | Wat heb je deze week geleerd dat je meteen kon gebruiken? |
| 26. Iets nieuws leren | Wat zou je hierna willen proberen? | Wat gaf je het zetje om te beginnen? | Leer je liever samen of op eigen tempo? | Wat lukte voor het eerst zonder hulp? |
| 27. Onderweg zijn | Ga je binnenkort weer die kant op? | Reisde je vroeger ook al met de trein? | Waar luister je onderweg graag naar? | Je zei dat je iets grappigs zag. Wat gebeurde er? |
| 28. Technologie en handige apps | Is er iets nieuws dat je wilt uitproberen? | Hoe heb je die app ontdekt? | Gebruik je je telefoon ook voor je hobby? | Wat doet die app waardoor je hem zo handig vindt? |
| 29. Vrijwilligerswerk | Staat er binnenkort een activiteit op het programma? | Hoe ben je erbij betrokken geraakt? | Wat voor mensen ontmoet je daar? | Wanneer ging je laatst met een goed gevoel naar huis? |
| 30. Plannen en wensen | Wat zou een eerste stap kunnen zijn? | Hoe lang loop je al met dat idee rond? | Ken je iemand die iets vergelijkbaars heeft gedaan? | Je zei dat je er zin in hebt. Naar welk onderdeel kijk je het meest uit? |
Een voorbeeld: het weekend aan zee
Je collega zegt: ‘We zijn afgelopen weekend naar de kust geweest.’ Je zou elk van deze richtingen kunnen kiezen:
- Noord: ‘Zou je er in de zomer nog eens naartoe willen?’
- Zuid: ‘Hoe kwamen jullie op het idee om daarheen te gaan?’
- Oost: ‘Gaan jullie vaker een dagje weg?’
- West: ‘Je zei dat jullie een fijn strandtentje vonden. Wat was er zo prettig aan?’
Stel dat ze vertelt over koffie drinken met uitzicht op zee. Je kunt eerst iets van jezelf toevoegen:
‘Dat vind ik ook fijn, even zitten zonder ergens heen te hoeven. Was het daar rustig?’
Zo heeft de ander ook iets van jou om op te reageren. In de cursus oefenen we dit afwisselen van een kleine eigen bijdrage en een vraag. Het voorkomt dat je gesprek op een interview gaat lijken.
Hoe persoonlijk maak je de vraag?
De richting bepaalt waar het gesprek naartoe gaat. De dieptemeter helpt je kiezen hoe persoonlijk je het maakt. Bij vakantie kan dat er zo uitzien:
- Feiten: ‘Hoe lang waren jullie daar?’
- Keuzes: ‘Waarom kozen jullie voor Portugal?’
- Ervaring: ‘Wat vond je het fijnst aan die vakantie?’
Inzoomen hoeft niet persoonlijk te zijn. Je kunt naar een gerecht, route of grappig moment vragen. En een vraag naar iemands ervaring kan heel licht blijven.
Je hoeft niet steeds dieper te gaan. Als iemand weinig vertelt, kun je dat laten rusten. Zeker bij gezondheid, familieproblemen of spanningen op het werk bepaalt de ander wat die wil delen.
Een oefening voor je volgende gesprek
Kies drie onderwerpen uit de lijst die vaak in jouw gesprekken voorkomen. Lees de voorbeeldvragen en bedenk hoe je ze zelf zou formuleren.
Probeer bij je volgende gesprek één richting die je normaal minder gebruikt. Vraag je vaak naar plannen? Probeer dan eens te vragen hoe iets begon. Spring je snel naar een nieuw onderwerp? Blijf dan eens bij één detail.
Luister naar het antwoord voordat je verdergaat. Kijk achteraf of je iets hebt gehoord waar je op wilde reageren. Zo heb je meer aan de oefening dan wanneer je alleen telt hoeveel vragen je hebt gesteld.
Verder oefenen met Praten met mensen
In Praten met mensen oefen je met openingszinnen, doorvragen, iets van jezelf delen en omgaan met stiltes. Het gesprekskompas in module 4 helpt je verder als het gesprek eenmaal begonnen is. Je kunt eerst de gratis eerste module proberen.
Bewaar deze lijst gerust als naslag. In een gesprek mag je de voorbeeldvragen weer loslaten: wat de ander zegt, geeft je meestal het beste aanknopingspunt.