Blog/3 min read

Openingszinnen voor small talk: zo oefen je door eerst te observeren

In het kort: Hoe begin je een gesprek zonder script? Oefen openingszinnen voor small talk door eerst te observeren: een eenvoudige opbouw en vijf voorbeelden uit het dagelijks leven.

Luister naar dit artikel

Voorgelezen met een natuurlijke stem

Een vrouw in de rij bij een koffiebar kijkt rustig om zich heen voordat ze iets zegt

Je staat ergens te wachten en naast je staat iemand. Je zou best iets willen zeggen. Maar in je hoofd begint het te malen: wat zeg ik dan, klinkt dat niet raar, is dit wel een goed moment? Voor je een besluit hebt genomen, is het moment voorbij.

Veel mensen denken dat ze eerst een goede openingszin moeten bedenken. Meestal werkt het andersom. Kijk eerst rustig om je heen. Wat je ziet, geeft je vaak al iets om over te beginnen. Je hoeft dan niets grappigs te verzinnen.

In dit artikel lees je hoe je openingszinnen voor small talk kunt oefenen door te observeren, met een eenvoudige opbouw en vijf voorbeelden uit het dagelijks leven.

Drie soorten openingszinnen

In de cursus Praten met mensen gebruiken we drie soorten openingszinnen:

  1. De observerende opener: je zegt iets over wat jullie allebei zien of meemaken.
  2. De situationele opener: je gebruikt de situatie waarin jullie samen zitten als aanleiding, zoals een vertraging of een lange rij.
  3. De directe opener: je zegt gewoon waarom je iemand aanspreekt.

Vind je het nog spannend om een gesprek te beginnen? Begin dan met de observerende opener. Je praat over iets buiten jezelf en buiten de ander, en dat voelt voor allebei ontspannen.

Wil je meer weten over deze drie soorten en wanneer je welke gebruikt? Lees dan Small talk: 3 manieren om een gesprek te beginnen, of begin met de gratis eerste module van Praten met mensen.

De opbouw: kijken, begroeten, iets zeggen

Een observerende openingszin bestaat uit drie stappen:

  1. Kijk zonder haast. Kies één concreet detail in je omgeving. Iets gewoons dat de ander ook kan zien.
  2. Begroet en wacht even. Zeg eerst "goedemorgen", "hallo" of "hoi" en wacht een moment. Zo kan de ander opkijken en de aandacht naar jou verleggen.
  3. Zeg wat je ziet, luchtig. Benoem wat je opvalt. Een vraag mag, maar het hoeft geen interview te worden.

5 voorbeelden van openingszinnen

Bij elk voorbeeld staat eerst wat je ziet en daarna wat je zou kunnen zeggen.

1. In de rij bij de koffiebar

Wat je ziet: de barista is bezig met een ingewikkelde bestelling en de rij schiet niet op. De persoon voor je kijkt naar het bord met specials.
Wat je zegt: "Hoi." (Korte pauze terwijl de ander opkijkt.) "Volgens mij staat er elke week iets anders op dat bord. Heb jij daar wel eens iets van geprobeerd?"

2. Op het perron of bij de bushalte

Wat je ziet: op het bord springt de vertrektijd ineens vijf minuten op. Een paar mensen kijken tegelijk op hun telefoon.
Wat je zegt: "Goedemorgen." (Even wachten.) "Nou, we hebben er vijf minuten bij gekregen."

3. In het park, bij iemand met een hond

Wat je ziet: iemand loopt met een jonge hond die aan elk blaadje snuffelt en steeds de verkeerde kant op trekt.
Wat je zegt: "Hallo." (Even oogcontact.) "Die heeft meer energie dan ik op dit uur. Hoe oud is hij?"

4. Bij de hapjestafel op een verjaardag

Wat je ziet: je kent bijna niemand. Naast je staat iemand die net een stuk van een zelfgemaakte quiche pakt. De schaal is al bijna leeg.
Wat je zegt: "Hoi." (Korte pauze.) "Die quiche gaat hard, zie ik. Hoe vind je hem?"

5. Iemand met een kleurrijke jas

Wat je ziet: bijna iedereen op straat draagt een donkere jas. Iemand heeft er een in alle kleuren aan.
Wat je zegt: "Leuke jas. Je valt positief op tussen alle donkere kleuren."

Een oefening voor deze week

Je hoeft deze zinnen niet meteen hardop te zeggen. Begin met observeren, alleen voor jezelf:

  • Kijk om je heen als je ergens staat te wachten.
  • Vraag jezelf af: als ik nu iets zou zeggen over deze plek of dit moment, wat zou dat zijn?
  • Bedenk de zin in je hoofd en laat hem daarna weer los.

Gaat dat makkelijk? Zeg er dan de komende dagen één hardop. Begroet, wacht even en zeg wat je ziet. Reageert de ander kort, dan is dat ook prima. Meer tips daarvoor vind je in Hoe maak je een praatje? en Small talk: zo word je er beter in.

En mocht je twijfelen of de ander het wel prettig vindt: uit onderzoek blijkt dat mensen meestal onderschatten hoe leuk anderen een gesprek met hen vonden. Daarover lees je meer in De liking gap.

Wil je de volledige methode?

De cursus gaat hier dieper op in, stap voor stap, met oefeningen die je deze week meteen kunt doen.

Bekijk de cursussenOf doe eerst de test: waar loop jij vast?
Back to the blog