Blog/5 min read
Kansen zien bij de klant: waarom zichtbare consultants meer werk vinden
In het kort: Consultants die zichtbaar en benaderbaar zijn, horen eerder van nieuwe plannen bij de klant. Zo maak je van goed werk meer vervolgopdrachten, zonder te verkopen.
Luister naar dit artikel
Voorgelezen met een natuurlijke stem

Een consultant zit maandenlang elke dag bij de klant. Hij kent de systemen en de knelpunten in zijn eigen werk, en levert het project goed op. Wat er op de vloer speelt, hoort hij zelden. En toch loopt de opdracht af zonder vervolg, terwijl op de afdeling ernaast net budget vrijkomt voor een vergelijkbaar project.
In het kort
Vervolgwerk komt vaak uit gesprekken buiten de vergadertafel: bij de koffieautomaat, in de gang, vlak na een overleg. Consultants die daar staan en makkelijk aan te spreken zijn, horen eerder waar de klant mee zit. Zichtbaar en benaderbaar zijn kost bijna niets en levert regelmatig de eerste hint van een nieuwe opdracht op.
Goed werk is niet genoeg
De klant is tevreden, het project loopt, de code staat. Na negen maanden loopt de contractperiode af en pakt iedereen zijn spullen. Op de afdeling ernaast wordt intussen een budget vrijgemaakt voor een vergelijkbaar vraagstuk, en daar gaat een ander bureau mee aan de slag.
Kwaliteit is hier niet het probleem. Nieuwe plannen worden zelden bekendgemaakt in een officieel overleg. Ze worden genoemd in een gesprek in de gang, en wie daar niet bij is, hoort het niet.
Waarom consultants het niet horen
Het begint vóór het luisteren. Koptelefoon op, laptop open in een hoekje, lunchen met de eigen collega's. Voor de rest van de klantorganisatie ben je dan iemand die even langskomt voor een klus. Plannen en frustraties deel je niet met iemand die gesloten oogt.
Daar komt bij dat veel consultants zelf niet weten wat ze moeten zeggen. "Ik wil niet als verkoper aan de kant van de klant staan" is een zin die ik vaak hoor. Die zorg is terecht. Een goed gesprek voeren en opletten wat er speelt, is iets anders dan iemand iets aanpraten.
Zichtbaar en benaderbaar in de praktijk
- Werk af en toe op een open plek in plaats van in een afgesloten hoek.
- Loop naar de koffieautomaat waar andere teams staan, niet alleen naar de jouwe.
- Groet mensen bij naam en onthoud één ding uit het vorige gesprek.
- Blijf na een vergadering nog vijf minuten staan. Daar valt vaak meer te horen dan tijdens de vergadering zelf.
- Stel één eenvoudige vraag: "Waar lopen jullie nu tegenaan?"
Voor de opening van zo'n gesprek hoef je niets bijzonders te verzinnen. Small talk op het werk geeft voorbeelden van zinnen die bij een koffieapparaat werken. En als een gesprek na twee zinnen doodloopt, helpen de 30 gesprekstechnieken verder; veel ervan zijn kort en concreet.
En juist in die gesprekjes hoor je waar het schuurt: een afdeling die vastloopt, een planning die scheef zit, een team dat stiekem overweegt extern hulp in te schakelen.
Een voorbeeld van zo'n gesprek
Voorzichtig zegt iemand bij de automaat: "We doen hier eigenlijk altijd met z'n tweeën aan dezelfde lijst."
Je hoeft daar geen offerte aan te hangen. "Eigenlijk altijd?" is al genoeg. Een dag later blijkt dat er een tweede lijst in de maak is en dat iemand gezocht wordt om beide op elkaar af te stemmen.
Dat soort informatie komt niet in een rapportage terecht. Het komt in een hoofd terecht, en daarna nergens heen als niemand het doorgeeft.
De weerstand tegen het woord "commercieel"
Veel inhoudelijke experts zetten op slot bij dat woord. Ze willen geen gladde verkoper worden. Hoeft niet. Je let op, vraagt door en geeft het door aan je manager. Het gesprek over een opdracht voert iemand anders.
Voor iemand die liever rustig werkt, hoeft dit weinig te kosten. Eén kort gesprek per dag bij de klant is genoeg om in beeld te komen. Dat is ook meteen de kleinste oefening uit Sociale spanning verminderen: begin met één kort gesprek per dag.
Bescherm het vertrouwen
Eén ding gaat aan dit alles vooraf. De mens bij de koffieautomaat vertelt je iets omdat hij jou vertrouwt, niet omdat hij een leverancier vertrouwt. Wie zijn bevindingen doorgeeft, doet dat met die afspraken in het achterhoofd: wat de klant je toevertrouwt, blijft bij de klant, en een kans die je meldt, is een kans die de klant zelf al noemde.
Bureau-eigenaren doen er goed aan dat expliciet te maken. Een consultant die bang is dat zijn opmerkingen als salesmateriaal worden gebruikt, houdt ze voor zich.
Wat je als manager of bureau-eigenaar kunt doen
- Vraag in het teamoverleg niet alleen naar de voortgang, maar ook naar wat consultants deze week hebben opgevangen.
- Behandel tijd bij de koffieautomaat niet als verspilde tijd.
- Spreek af wie wat doorgeeft en aan wie, zodat een signaal niet in een hoofd blijft zitten.
- Besteed net zoveel aandacht aan gespreksvaardigheid als aan technische verdieping. De cursus Praten met mensen is daarvoor bedoeld: oefeningen die je diezelfde week nog kunt doen.
Voor teams die hier samen aan willen werken is er een oefentraject voor teams en een workshop op locatie.
Veelgestelde vragen
Moet een consultant dan ook gaan verkopen? Nee. Het gaat om signalen opvangen en doorgeven. Het gesprek over een opdracht voert de accountmanager of de eigenaar van het bureau.
Hoe word je benaderbaarder als je liever op de achtergrond blijft? Begin klein. Eén kort gesprek per dag, met één vast moment: de koffie, de lunch, het einde van een overleg. Wie dat een paar weken volhoudt, wordt vanzelf herkend als iemand bij wie je aanklopt.
Waarom werkt dit beter dan een netwerkevent? Bij de klant ben je al binnen. Je kent de mensen, de vraagstukken en de interne verhoudingen. Een event levert vooral vreemden op; hier haal je informatie op bij mensen die je inmiddels kent.
Hoe zorg je dat signalen echt terecht komen? Spreek één moment per week af waarin consultants hun observaties noemen, en schrijf op wie er iets mee doet. Zonder dat moment verdwijnt het meeste weer uit het hoofd.
Wat als de klant het gevoel krijgt dat hij wordt uitgehoord? Zeg hardop wat je met een signaal doet. "Ik hoor dat jullie hier tegenaan lopen; mag ik dat melden bij onze manager?" Wie om toestemming vraagt, hoeft niet bang te zijn dat hij over een grens gaat.